Tel. +31 (0) 33 760 0270

Bottom- up


Renske Heddema

Deze week belde ik het fonds waaraan ik mijn sociale premies betaal met een vraag. Dat is niet al te moeilijk, want de naam van de ambtenaar en het doorkiesnummer staan erbij. Binnen een minuut had ik het antwoord. Datzelfde geldt voor de gemeente, het kanton, of de nationale overheid in Bern. Geen ellenlang keuzemenu, of alleen maar email contact. Mevrouw Müller, die mijn zaken behartigt, neemt zelf de telefoon op. 

De klant is koning; dat geldt in Zwitserland ook voor de burger. Want die is uiteindelijk soeverein. Daarom is ook niet de president de hoogste burger van het land, maar de voorzitter van de Tweede Kamer, die immers het volk vertegenwoordigt.  Nergens krijg je het gevoel dat je je moet buigen naar de bureaucratie: nee, de overheid is er om jou te dienen. Belastingen en premies worden hier niet ingehouden: je krijgt je brutosalaris overgemaakt en betaalt daarvan zelf voor de diensten van de staat. Wie betaalt, bepaalt. Wat een lekker gevoel. 

Die gewoonte heeft alles te maken met de Zwitserse staatsvorm. De directe democratie neemt de kleinste eenheid, het individu, als uitgangspunt en werkt zo verder naar boven. Het hele denken is bottom-up. Eerst komt de burger, dan de gemeente, dan het kanton, en dan pas de federatie. De landelijke overheid, waarvoor de meeste Zwitsers maar bar weinig achting hebben, sluit de rij.

Een programma als Den Haag Vandaag zou hier onmogelijk zijn. Want de Kamer komt maar vier keer per jaar in Bern bijeen. Bovendien zijn de Kamerleden parttime: behalve volksvertegenwoordiger zijn ze lerares, boer, of verhuizer. Dat kan, omdat ze het land samen met de burgers besturen. Die laatsten kunnen voortdurend zelf wetten formuleren, of parlementaire besluiten terugdraaien. Dat is een hele machinerie van handtekeningen verzamelen en volksstemmingen organiseren. En die moet je dan ook nog winnen. Het gaat langzaam, en erg flitsend is het niet, maar het zorgt er wel voor, dat mensen zich gehoord voelen. Ik heb de Zwitsers dan ook op veel kunnen betrappen, maar cynisch, dat zijn ze niet.

Dat is misschien wel de grootste verdienste van de directe democratie: de mensen zijn betrokken. Het gapende gat tussen de politieke elites en de ‘gewone man’ is in Zwitserland kleiner dan elders. In plaats van Den Haag Vandaag hebben we hier elke vrijdagavond de Arena, een televisieprogramma waarin politici en burgers met elkaar discussiëren over actuele wetsvoorstellen. En dat gaat niet zachtzinnig. Lekker lui bijkomen van de werkweek is er niet bij. De Zwitsers gaan volledig bijgetankt met de laatste politieke opinies het weekend in.

Andere landen, waaronder Nederland, krijgen ook de smaak te pakken, voorlopig met wisselend resultaat.  Door de uitvoering na het Oekraïne referendum of de Brexit is het referendum in Europa nou niet bepaald een succesnummer.

Dat is jammer, maar begrijpelijk. Want je krijgt niks voor niks. De Zwitsers hebben er ruim 160 jaar overgedaan om een subtiel samenspel tussen volk en regering op te bouwen, waarin die gedeelde besluitvorming aardig functioneert. Perfect is het niet, gratis evenmin, want de burgers moeten voortdurend hun huiswerk doen.

Laatst stapte ik met open microfoon op een paar mensen af die druk met elkaar in gesprek waren. Een belangrijk referendum naderde.  Ze gebaarden me dat ik rustig moest wachten; ‘Ze voerden een burgergesprek’. Politiek dus, bottom-up.